Verdere therapeutische ontwikkeling.

by admin on 8 mei 2012

Het blijft een hoofdthema voor Gerda van een pedagogie uit te werken die leidt tot een meer bewuste lichaamsbeleving. Zij stelt doorheen de jaren vast dat het wekken van de huid daartoe bijdraagt, en wel op een bijzonder wijze, en dat hierin de aanraking een cruciale en unieke rol speelt. Gerda beschrijft dat zij bij het aanraken van iemand kan voelen of deze persoon al dan niet bewust is van zijn huid. Haar betrachting is een kwaliteit van aanraking te vinden die de persoon via de tastzin tot een meer aandachtige  participatie stimuleert. Zij neemt hierbij temperatuursverandering en versoepeling van de onderliggende weefsels waar en wijt dit onder meer aan een verbeterde bloedsomloop. Bovendien observeert Gerda een opmerkelijk effect op de ademhaling, die langzamer wordt en verdiept. Langs zijn kant ontwikkelt de persoon een receptieve houding, wordt zich meer bewust van zijn lichaam en krijgt een groter besef van eigen vorm en eigen grens. Zo ontstaat tussen Gerda en de persoon een wisselwerking die een hoge kwaliteit van afstemming vooropstelt.

Een ander aspect dat Gerda ontwikkelt via de aanraking is wat zij noemt de passieve beweging. Dit is behoedzaam en invoelend een arm, schouder of voet heel langzaam in beweging brengen. Hierbij wordt deze persoon uitgenodigd om te ontdekken hoe het voelt om bewogen te worden. Door zelf niet in te grijpen ontstaat er een nieuwe  vrijheid en beweeglijkheid in de gewrichten en ervaart de persoon een verrassend inwendig ruimtebesef en rustgevoel.  Gerda stelt bij haar eigen leerlingen vast dat deze nieuwe gewaarwordingen leiden tot een betere zelfwaarneming, die hen toelaat zichzelf minder voorbij te  lopen, en meer aanwezig te zijn.

De cursussen van Gerda worden regelmatig door psychologen en psychiaters bezocht. Dit geeft haar de kans om haar talloze bevindingen met hen uit te wisselen. Al was het nooit haar oorspronkelijke bedoeling om therapeutisch te werken, toch wordt zij aan het departement psychologie van de universiteit van Kopenhagen, op het oriëntatie- en behandelingscentrum voor kinderen, gevraagd om haar observaties rond patiëntjes mee te delen. Hier maakt haar zienswijze indruk. Ook haar werk met stotteraars aan het staatsinstituut voor stem- en spraakeducatie wordt als vernieuwend beschouwd. Zo zal,  in de periode tussen 1946 en 1951, Professor Preben Plum, toenmalig hoofd van de pediatrie van het Rijkshospitaal van Kopenhagen, Gerda en haar leerlingen uitnodigen om de kinderen te begeleiden bij hun revalidatie. Het gaat voornamelijk om spastische en astmatische patiëntjes.

Steeds opnieuw is het Gerda’ s intentie om de persoon in zijn totaliteit aan te spreken, het herstelvermogen op gang te brengen en de persoon zoveel mogelijk hierbij te betrekken. In plaats van zich rond een pijnzone te verkrampen of ervan weg te kruipen, wordt de persoon tot een aandachtig invoelen van de gekwetste of moeilijke zone uitgenodigd. Door het toedoen van een omhullende hand of een zachte druk of zorgzame uitrekking, kunnen blokkades lossen en kan bereidheid en rust ontstaan om de eigen situatie in te leven.

Het therapeutisch potentieel van Gerda’ s werk openbaart zich steeds duidelijker. Dokters worden nieuwsgierig naar de impact die haar benadering zou kunnen hebben op hun patiënten. Gerda mag Denemarken vertegenwoordigen op het eerste internationaal congres voor Orthopedie in Wenen. Enige tijd later wordt zij in 1951 door Professor Helmut Denk uitgenodigd aan het universitair ziekenhuis in Wenen om haar manier van werken met patiënten voor te stellen. In dezelfde periode wordt Gerda gevraagd om over haar ervaring te vertellen op de afdeling psychiatrie van Professor Hans Hoff. Dit gebeurt onder de aanbeveling van de Rockefeller Foundation.

Een steeds breder spectrum van toepassingsgebieden laat Gerda toe haar werkwijze verder te verfijnen. Zij ziet in de waaier van disfuncties of stoornissen dat velen te wijten zijn aan een verminderde lichaamsperceptie en aan verwaarloosde aandacht voor bepaalde lichaamsdelen. Zij constateert dat een mechanisch uitgevoerde beweging, toegepast bij een aantal revalidatietechnieken, hiervoor te weinig oplossing biedt. En zij weet uit ondervinding dat de onbewuste voorstelling van skelet en gewrichten een effect heeft op het dagelijks gebruik ervan. Zo kan een vertekende voorstelling een lichaamsbelasting veroorzaken met  vroegtijdige slijtage en nadelige motorische gevolgen, die dikwijls vitale functies verstoren. De bewustwording en een juistere beeldvorming van deze lichaamsgebieden werken daarentegen structurerend en resulteren in een harmonischer functioneren. Voortaan ligt  de zelfzorg meer in handen van de patiënt:  een economischer lichaamsgebruik, het zoeken naar eigen comfort en het anticiperen op de uit te voeren dagelijks bewegingen verhogen zijn autonomie en verantwoordelijkheidszin. Privé behandelt Gerda de volgende jaren mensen getroffen door kinderverlamming, para- en hemiplegie, personen met neuralgieën, met een hernia, amputaties, psychosomatische klachten en houdingsproblemen. De voldoening en tevredenheid van deze mensen bevestigen telkens opnieuw de doeltreffendheid van haar benadering.

De wezenlijk opzet van Gerda  blijft:  de getroffen persoon ertoe te brengen aandachtig zijn lichaam waar te nemen en door deze afstemming optimaal aan zijn eigen herstel te laten participeren. Dit vergt een specifieke wijze van begeleiden, die nieuwe eisen stelt aan haar leerlingen, met op de eerste plaats een integere ingesteldheid. Deze attitudevorming maakt voortaan deel uit van de opleiding die Gerda in haar school verzorgt.

Bronnen:
- Entretiens sur l‘eutonie  avec Gerda Alexander Violeta Hemsy de Gainza,  Dervy,  Paris 1997
- Le corps retrouvé par l’eutonie Gerda Alexander Editions Le bout du monde 2011
- Pédagogie et Thérapie Eutonie Gerda Alexander Gunna Brieghel  Müller & A-M Winkler Delachaux et Niestlé 1994

{ 0 comments }

Gerda verdiept haar lichaamspedagogie

by admin on 11 april 2012

Gerda Alexander wordt in de volgende jaren diepgaand beïnvloed door Clara Schlaffhorst en Hedwig Andersen, die samen hun ademschool oprichtten in Rotenburg an der Fulda. Deze beide zangeressen, afkomstig uit Pruisen, hadden in het verleden met stemverlies en ademproblemen te kampen. Zij vonden inspiratie en hulp in het werk van de Amerikaan Leo Kofler wiens boek “The art of Breathing “ zij dan ook vertaalden. Jarenlang onderzochten zij de grondfunctie van de stem in het samenspel met adem, houding, beweging en het hele organisme. De methode die zij samen uitwerkten is één van de meest omvattende adem- en stemtherapieën in Duitsland. Gerda is sterk aangesproken door hun methode. Zij ontdekt hoezeer, langs de weg van de ademhaling, een duidelijk eenheidsgevoel waarneembaar wordt. Zij voelt dat ze hierdoor aan krachten wint en is overtuigd van het centrale belang van de adem. Nochtans kan zij, door observatie en aan de hand van persoonlijke ervaringen, met bepaalde grondregels van de methode niet akkoord gaan, zoals het opleggen van een bepaald ademhalingspatroon. Gerda heeft in haar zoektocht meermaals kunnen vaststellen hoezeer het lossen van spanning in de weefsels de spontane onbewuste ademhaling beïnvloedt. Zij komt hierdoor tot een eigen standpunt wat het ademwerk betreft: in plaats van rechtstreeks op adem en ademritme in te werken, kiest zij om voortaan de spontane aanpasbaarheid van de adem te stimuleren. Deze zorg voor ademvrijheid krijgt een centrale aandacht in haar benadering.

De nieuwsgierigheid van Gerda wordt eveneens geprikkeld door een onderdeel (aspect) van de Schlaffhorst- Andersen methode, namelijk ‘de lichte balancerende beweging’, die adem en bloedsomloop stimuleren. Deze beweging ‘Schwingen’ genaamd, werpt een nieuw licht op Gerda’s  beleving rond moeiteloosheid. Zij voelt hoe hierin een interessant samenspel ontstaat tussen de persoon en de zwaartekracht.  Zij stelt bij zichzelf vast dat dit een soepelere houding en grotere  vrijheid van beweging teweegbrengt. In dit verband verwijst Gerda graag naar twee acrobatievoorstellingen die zij ooit te zien kreeg. Beide groepen leverden een indrukwekkende prestatie. De ene louter op spierkracht, de andere in de grootste lichtheid en moeiteloosheid. Dat verschil fascineerde haar. Ook het observeren van de vloeiendheid en virtuositeit bij jongleurs boeide haar enorm. Dit alles brengt haar tot een essentieel thema dat zij in haar School het ‘Transport’ noemt. Zij omschrijft het als volgt: het zich bewust worden en het bewust bespelen van de druk van het eigen lichaamsgewicht op de grond dat, spontaan vanuit de voeten, een opwaartse tegenkracht uitlokt. Deze volgt een weg richting kruin doorheen het inwendige steunbiedende skelet. Daarom gaan botbesef en de waarneming van het eigen skelet steeds meer plaats innemen in haar lichaamspedagogie.

Bronnen:
Gerda Alexander im Gespräch mit David Bersin Somatics 1983 -1984

{ 0 comments }

Ondanks haar fysieke beperkingen brengt Gerda sterke artistieke realisaties.

maart 5, 2012

Vanaf 1929 is Gerda werkzaam in Denemarken. Naast haar uitgebreid ritmiekonderricht in de lijn van  Jaques Dalcroze, onderhoudt zij talrijke contacten met theaterkunstenaars, zangers en muzikanten. Daar vindt zij de volgende jaren steeds meer haar spoor. Zij brengt verschillende artistieke realisaties als ensceneringen en choreografieën. Ondermeer  ‘Orpheus en Eurydike’ van Gluck, en  ‘Dido en Aeneas’ [...]

Read the full article →

In haar zoektocht komt Gerda Alexander tot twee bepalende inzichten

februari 1, 2012

De ritmische en kunstzinnige bewegingsopvoeding van Jaques Dalcroze ligt duidelijk aan de basis van  het werk en de inspiratie van Gerda Alexander. Tijdens deze periode krijgt Gerda twee doorslaggevende inzichten die haar verdere pedagogische zoektocht bepalen. Haar geboortestad Wuppertal is in die tijd (en tot op heden met ondermeer Pina Bausch) een levendig centrum voor [...]

Read the full article →

Wie is Jaques Dalcroze, die Gerda zo sterk beïnvloed heeft?

januari 5, 2012

Wie is Dalcroze? De Zwitser Emile Jaques Dalcroze (° 1865-1950 + ) wordt geboren te Wenen in een tijd van industriële revolutie en sociale bewustwording. Hij is leerling van Brückner, muziekleraar, componist en orkestleider aan het muziekconservatorium van Genève. Als leraar harmonie en notenleer neemt hij geen vrede met de getheoretiseerde wijze waarop aan muziekonderricht [...]

Read the full article →

Nieuwjaarswens

december 25, 2011
Read the full article →

Het ontstaan van de eutonie doorheen het leven van Gerda Alexander

oktober 10, 2011

De kijk op het menselijk lichaam staat doorheen de tijd niet stil. In het begin van de twintigste eeuw vindt een vernieuwende beweging plaats in diverse takken van de (mens)wetenschappen. Dit terwijl het analytisch- fragmentarisch denken het Westen meer dan ooit overheerst. De fenomenologische beschouwing wint aan interesse en de  benadering van de mens als [...]

Read the full article →