Hoe het verhaal van de eutonie begon

by Thérèse Windels on 10 oktober 2011

De kijk op het menselijk lichaam staat doorheen de tijd niet stil. In het begin van de twintigste eeuw vindt een vernieuwende beweging plaats in diverse takken van de (mens)wetenschappen. Dit terwijl het analytisch- fragmentarisch denken het Westen meer dan ooit overheerst. De fenomenologische beschouwing wint aan interesse en de  benadering van de mens als onverdeeld geheel stoot op minder weerstand. In dat perspectief komen zowel pedagogen als therapeuten uit de wereld van de dans, de muziek, de gymnastiek en andere lichaamsdisciplines tot innoverende opvoedingstrajecten en bewegingsvormen. Een van hen is Gerda Alexander met haar creatieve lichaamsgerichte werkwijze.

De invloed van de kunstzinnige, ritmische opvoeding van Jaques Dalcroze

Gerda Alexander wordt geboren in Wuppertal in 1908. In het gezin maken klassieke muziek en dans deel uit van de familiale sfeer. Haar ouders zijn begeesterd door de opvoedings- ideeën van Jaques Dalcroze. Al heel vroeg voelt de kleine Gerda zich aangetrokken tot de lessen van Otto Blensdorf. Als zij acht jaar is krijgt zij eindelijk de toestemming. Zij mag de  ritmieklessen volgen. Snel wordt duidelijk hoe talentvol Gerda is. Samen met haar klasje wordt zij in de nabijgelegen steden gevraagd om op te treden. Op de planken voelt Gerda zich in haar element. Dit wordt haar spoor. Zij verscherpt haar waarneming en wordt zich bewust van de rol van muziek,  beweging, ruimte en vorm in het theatergebeuren. Intussen ontstaat een levenslange vriendschap tussen Gerda en Charlotte, dochter van Otto Blensdorf. Charlotte behoort, net als haar vader, tot de eerste Duitse leerlingen die gevormd zijn aan het Dalcroze Instituut van Genève. Otto BLensdorf is een begaafde leraar en creatieve componist en staat in die tijd bekend voor zijn kinderliederen. In 1923 richt hij in Wuppertal de Blensdorf- Schule op voor professioneel ritmiekonderricht. Dit laat Gerda toe om, meteen na het lyceum, aan deze ritmiekopleiding te beginnen. Als toekomstige ritmiekleraar krijgen Gerda en haar klasgenoten de kans om met  kinderen te zingen, te dansen en toneel te spelen. Het is een van hun taken te zien en op te volgen hoe spontaan de kinderen zich doorheen de beweging kunnen uiten. Daarnaast leren zij met tijd, dynamiek, geluid, ruimte en vorm rekening houden bij de lesopbouw. Deze opleiding richt zich naar kleuterleidsters, leraren, sociaalwerkers, jeugdleiders en talrijke opvoeders uit binnen- en buitenland. Want, in deze naoorlogse tijden heerst bij de bevolking een grote behoefte om zich te veruitwendigen (te uiten) doorheen de  vrije en expressieve beweging. Deze bijzondere school wordt opgemerkt door Peter Petersen, hoogleraar in de opvoedkunde aan de universiteit van Jena en ontwerper van het Jenaplansysteem. Hij bewerkstelligt de verplaatsing van de Blensdorf-Schule naar Jena. Gerda zet dus haar practicum voort in het kader van deze onderwijsvernieuwing (Reformpädagogik) waarover zij, jaren later, nog bijzonder opgetogen is.

Gerda krijgt steeds meer verantwoordelijkheid

Als Charlotte Blensdorf haar vader opvolgt, kiest zij Gerda als assistente. Charlotte verblijft regelmatig in het buitenland, onder meer in Zweden, waar zij voordrachten en ritmiekonderricht verzorgt. Gerda doet intussen leerrijke ervaringen op met mentaal gehandicapte kinderen en volwassenen. In het educatiecentrum te Stadtroda, waar de ideeën van Petersen zijn doorgedrongen, merkt zij hoe de ritmische opvoeding inwerkt op jonge prostituees, op zeer jonge moeders en hun kindje, en tevens op jonge criminelen. Gerda is diep getroffen door de menswaardige en respectvolle wijze waarop deze kwetsbare groepen benaderd worden. Het omkaderend personeel, waaronder zij als 16 jarige, wordt dan ook driemaal per week door een psychiater begeleid en ondersteund (het is des te schrijnender te weten dat op deze locatie de eerste gaskamers werden gebouwd). Tenslotte zal zij, als afsluiting van haar opleiding in 1929, het staatsexamen van ritmiek  aan de muziekhogeschool van Berlijn afleggen. Datzelfde jaar, neemt zij, samen met Otto en Charlotte Blensdorf  deel aan het wereldcongres “New Education Fellowship” in Helsingör, Denemarken. Zij vertegenwoordigen de ritmische opvoeding van Jaques Dalcroze. Vervolgens wordt Gerda binnen het kader van de ‘Reformpädagogik’  uitgenodigd om in Sjælland een zomercursus te geven. Dit wordt de aanleiding voor  haar latere vestiging op Deense bodem, waar zij trouwens, in het spoor van Charlotte, reeds les geeft in diverse kleuter- basis- en ritmiek- scholen. Gerda blijft tot 1929 werkzaam in Wuppertal, Jena en Bonn.

Bronnen:
– Gerda Alexander in gesprek met David Bersin Amerikaans Somatics  1983/1984
– Mitteilungen n°38 März 1996 Deutsche Eutonie-Gesellschaft Gerda Alexander „Erinnerungen an Gerda Alexander“ Charlotte Blensdorf Macjannet
– Festschrift 100 Jahre Gerda Alexander September 2008 Deutsche Eutonie-Gesellschaft en Gerda-Alexander Schule

Next post: