Ondanks haar fysieke beperkingen brengt Gerda sterke artistieke realisaties

by Thérèse Windels on 5 maart 2012

Vanaf 1929 is Gerda werkzaam in Denemarken. Naast haar uitgebreid ritmiekonderricht in de lijn van  Jaques Dalcroze, onderhoudt zij talrijke contacten met theaterkunstenaars, zangers en muzikanten. Daar vindt zij de volgende jaren steeds meer haar spoor. Zij brengt verschillende artistieke realisaties als ensceneringen en choreografieën. Ondermeer  ‘Orpheus en Eurydike’ van Gluck, en  ‘Dido en Aeneas’ van Purcell met de Zweedse Filharmonie van Malmö.

Zij is 25 jaar als een vroegere leerling van Jaques Dalcroze, Leopold Jessner, choreograaf en voormalige directeur van het stadstheater van Berlijn, geïnteresseerd geraakt in haar ziens- en werkwijze rond opera en theater. Als leider van het Berlijnse toneelhuis wenst hij dat zijn toneelspelers en dansers door Gerda worden opgeleid. In maart 1933 zou het 3-jarig contract van start gaan met Gerda als regieassistente en bewegingsdocent. Dit is de droom van haar leven. In januari van datzelfde jaar echter komt Hitler aan de macht. De meeste kunstenaars verlaten Duitland, ook Jessner. Gerda beseft dat in het opkomend naziregime haar ideeëngoed geen enkele kans maakt.

Op basis van haar ervaring met de Reformpädagogiek  (zie post 1 ) besluit Gerda nu duidelijker op te komen voor een nieuwe  bewegingsopvoeding. Een opvoeding waarin het volle respect  voor ieders persoonlijkheid wordt nagestreefd. Zij vestigt zich definitief in Denemarken. Zo heeft zij de gelegenheid  voort te bouwen op wat zij reeds vroeger op gang bracht zowel in het kleuteronderwijs  als in de artistieke wereld. Ondanks haar fysieke beperkingen en de noodzaak om haar gezondheid te bewaken blijft zij haar passie uitoefenen in de theater- dans en muziekwereld. Zij kan vrij met haar ideeën experimenteren in een Deense Stanislavski –groep die later een privéschool wordt voor toneelspelers. Zij geeft onderricht aan het koninklijk Theater in Kopenhagen en werkt met het orkest en het koor voor de Deense staatsradio. Daarnaast blijft zij ritmiekklassen openen en haar cursussen uitbreiden naar andere Scandinavische landen. Hier kan zij bijdragen tot de bewegingsopvoeding in de scholen, hetgeen in een Nazi- staat volkomen onmogelijk was geweest.

Ook al heeft de muziek in haar veelzijdige Dalcroze opleiding een centrale plaats gekregen, toch maken de ideeën van Rudolf von Laban op Gerda een bijzondere indruk. Zij voelt zich bevestigd in haar objectief: namelijk de persoon terugbrengen tot de eigen bron van spontaneïteit en creatieve beweging. Het bewegen zonder muzikale ondersteuning schept daartoe de meeste kans en krijgt daardoor voor Gerda een grote educatieve waarde. Het ‘voelend’ verkennen van de eigen bewegingsmogelijkheid  biedt de leerling een weg tot autonome betrokkenheid en aanwezigheid.

Met alle opgedane inzichten en ervaringen opent Gerda Alexander in 1940 haar eerste school te Kopenhagen. Deze is oorspronkelijk gericht op ontspanning. Vandaar de eerste naam van haar methode: ontspanningspedagogie.

Bronnen:
– Gerda Alexander in gesprek met David Bersin Somatics  1983/1984
– Festschrift 100 Jahre Gerda Alexander September 2008 Deutsche Eutonie-Gesellschaft en Gerda-Alexander Schule
– Mitteilungen n° 38 & 39 1996 Deutsche Eutonie-Gesellschaft Gerda Alexander

Previous post:

Next post: