Gerda verdiept haar lichaamspedagogie

by Thérèse Windels on 11 april 2012

Gerda Alexander wordt in de volgende jaren diepgaand beïnvloed door Clara Schlaffhorst en Hedwig Andersen, die samen hun ademschool oprichtten in Rotenburg an der Fulda. Deze beide zangeressen, afkomstig uit Pruisen, hadden in het verleden met stemverlies en ademproblemen te kampen. Zij vonden inspiratie en hulp in het werk van de Amerikaan Leo Kofler wiens boek “The art of Breathing “ zij dan ook vertaalden. Jarenlang onderzochten zij de grondfunctie van de stem in het samenspel met adem, houding, beweging en het hele organisme. De methode die zij samen uitwerkten is één van de meest omvattende adem- en stemtherapieën in Duitsland. Gerda is sterk aangesproken door hun methode. Zij ontdekt hoezeer, langs de weg van de ademhaling, een duidelijk eenheidsgevoel waarneembaar wordt. Zij voelt dat ze hierdoor aan krachten wint en is overtuigd van het centrale belang van de adem. Nochtans kan zij, door observatie en aan de hand van persoonlijke ervaringen, met bepaalde grondregels van de methode niet akkoord gaan, zoals het opleggen van een bepaald ademhalingspatroon. Gerda heeft in haar zoektocht meermaals kunnen vaststellen hoezeer het lossen van spanning in de weefsels de spontane onbewuste ademhaling beïnvloedt. Zij komt hierdoor tot een eigen standpunt wat het ademwerk betreft: in plaats van rechtstreeks op adem en ademritme in te werken, kiest zij om voortaan de spontane aanpasbaarheid van de adem te stimuleren. Deze zorg voor ademvrijheid krijgt een centrale aandacht in haar benadering.

De nieuwsgierigheid van Gerda wordt eveneens geprikkeld door een onderdeel (aspect) van de Schlaffhorst- Andersen methode, namelijk ‘de lichte balancerende beweging’, die adem en bloedsomloop stimuleren. Deze beweging ‘Schwingen’ genaamd, werpt een nieuw licht op Gerda’s  beleving rond moeiteloosheid. Zij voelt hoe hierin een interessant samenspel ontstaat tussen de persoon en de zwaartekracht.  Zij stelt bij zichzelf vast dat dit een soepelere houding en grotere  vrijheid van beweging teweegbrengt. In dit verband verwijst Gerda graag naar twee acrobatievoorstellingen die zij ooit te zien kreeg. Beide groepen leverden een indrukwekkende prestatie. De ene louter op spierkracht, de andere in de grootste lichtheid en moeiteloosheid. Dat verschil fascineerde haar. Ook het observeren van de vloeiendheid en virtuositeit bij jongleurs boeide haar enorm. Dit alles brengt haar tot een essentieel thema dat zij in haar School het ‘Transport’ noemt. Zij omschrijft het als volgt: het zich bewust worden en het bewust bespelen van de druk van het eigen lichaamsgewicht op de grond dat, spontaan vanuit de voeten, een opwaartse tegenkracht uitlokt. Deze volgt een weg richting kruin doorheen het inwendige steunbiedende skelet. Daarom gaan botbesef en de waarneming van het eigen skelet steeds meer plaats innemen in haar lichaamspedagogie.

Bronnen:
Gerda Alexander im Gespräch mit David Bersin Somatics 1983 -1984

Previous post:

Next post: