Het ontstaan van de eutonie doorheen het leven van Gerda Alexander

by Thérèse Windels on 24 februari 2013

Er zijn meerdere motieven waarom ik in oktober 2011 ‘Het ontstaan van de eutonie doorheen het leven van Gerda Alexander’ begon uit te schrijven.
Vooreerst is Gerda, als grondlegster van de eutonie, nog steeds weinig gekend in Vlaanderen. Haar boek, dat in het Duits verscheen in 1976, werd hetzelfde jaar in het Frans vertaald en beide boeken zijn vorig jaar heruitgegeven. In 1981 volgde de Engelse vertaling. Later verschenen twee Spaanse boeken over Gerda en de eutonie. In het Nederlands is noch het boek, noch literatuur over Gerda beschikbaar.
Daarnaast is het voor mij een manier om mijn erkentelijkheid naar Gerda uit te drukken. Als een van de enige Vlamingen, heb ik haar van dichtbij meegemaakt ondermeer tijdens mijn eutonieopleiding in Denemarken. Mijn speurtocht doorheen biografieën en interviews hebben mij nieuwe aspecten van haar leven onthuld, waardoor de ontwikkeling van haar methode voor mij in een nog natuurlijker daglicht is komen te staan.
Tenslotte, en dat is wellicht mijn belangrijkste motief, wens ik de eutonie meer bekendheid te geven als lichaamsgerichte werkwijze die net door haar eenvoud zo dicht bij het leven staat. Zij reikt ‘tools’ aan om een meer sensibel lichaamsbesef te ontwikkelen, waardoor men, dag na dag, tot een alerte grondhouding komt, die meer op het leven zelf betrokken is. Men kan zich beter ter hand nemen en zelfstandiger met stress en lichaamsklachten omgaan. De eigen draagkracht neemt toe en men kan, met grotere waakzaamheid, adequater inspelen op de leefomgeving. Deze vorm van autonomie en zelfzorg is ongetwijfeld een sleutel tot preventie (dossier). In een tijd waar zelfvervreemding in toenemende mate om ons heen sluipt, is zelfwaarneming en gelijktijdige afstemming op anderen, sociaal gezien, van onschatbare waarde.

De volgende berichten beschrijven hoe Gerda Alexander de eutonie ontwikkelt doorheen haar levensomstandigheden:

Samen met enkele tijdsgenoten was Gerda overtuigd van de onlosmakelijke samenhang tussen lichaam en geest. In de periode na de Eerste Wereldoorlog was dit eerder revolutionair te noemen. Deze zienswijze werd in die tijd helemaal niet ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, wat Gerda regelmatig betreurde. Zij zal dus haar methode uitbouwen op basis van haar ervaringsgerichte werkwijze, steeds gekoppeld aan een sterke intuïtie.

In de twee eerste berichten wordt uitvoerig beschreven hoezeer Gerda door haar Dalcroze-scholing en de Reformpädagogik veelzijdig gevormd werd. Daardoor is het voor haar vanzelfsprekend te bevragen, te verkennen en te vernieuwen:
Hoe het verhaal van de Eutonie begon
Wie is Jaques Dalcroze, die Gerda zo sterk beïnvloed heeft?

Bericht drie geeft weer hoe Gerda de beperkingen, opgelegd door haar wankele gezondheid, steeds opnieuw voor zichzelf weet te hanteren. Dezelfde inventieve houding is terug te vinden in haar onderricht. Zij verscherpt haar aandacht voor aanpassingsvermogen en bewegingseconomie. Tegelijk zoekt zij pedagogische wegen om bij haar leerlingen de authenticiteit in de beweging en de uniciteit van eenieder aan te spreken:
In haar zoektocht komt Gerda Alexander tot twee bepalende inzichten

Gerda verlaat Duitsland waar haar ideeën, door het nazisme, geen kans maken. Het vierde bericht beschrijft zowel haar muzikale als choreografische realisaties. Deze creatieve opvoeringen doen haar het belang inzien van de expressiviteit en de ‘presence’. Dit laatste staat voor een kwaliteit van aanwezigheid die Gerda koppelt aan het vermogen om zich af te stemmen op de andere. Tegelijk rijst de vraag hoe deze kwaliteit van tegenwoordigheid te bereiken is ? Deze bevindingen en vragen brengen Gerda gaandeweg tot een nieuwe bewegingsopvoeding, die zij verder in haar eerste school uitbouwt:
Ondanks haar fysieke beperkingen brengt Gerda sterke artistieke realisaties

De ontmoetingen met twee bijzondere dames, beschreven in het vijfde bericht, wekken bij Gerda nieuwe aandachtspunten. Zij wordt bijzonder geraakt door hun werk op de ademhaling en door de gunstige invloed ervan op haar gezondheid. Dat weerhoudt haar niet om, ten aanzien van hun zienswijze, een eigen standpunt in te nemen. Daarnaast geeft een onderdeel van het ademwerk Gerda de kans om haar eigen lichaamsperceptie te verdiepen en te verfijnen. Zo ontdekt zij hoe de moeiteloze beweging, waar zij zich tenslotte al jaren mee uiteen zet, gunstig beïnvloed wordt door innerlijk steunbesef en de centrale rol die het skelet hierin speelt. Dit moedigt Gerda aan om botbesef en gevoel voor oprichting mee in haar pedagogische aanpak op te nemen:
Gerda verdiept haar lichaamspedagogie

Dit zesde bericht vertelt hoe de aanraking en haar effecten voor Gerda als een ware revelatie verschijnen. Zij ondervindt dat het aanraken en waarnemen van de huid als levendige omhulling en begrenzing het lichaamsgevoel beïnvloedt. Zij observeert bovendien dat het wekken van dit tastorgaan, met zijn buitenkant en binnenzijde, bijzondere gewaarwordingen teweegbrengen, die volgens talrijke getuigenissen, weldaad, rust en helende effecten bewerkstelligen. Aandacht voor de huid wordt voor Gerda vanaf nu doorslaggevend en krijgt in haar methode de allereerste plaats. Daarnaast wordt zij steeds meer vertrouwd met de therapeutische impact van haar werkwijze en wordt ook dit aspect voortaan in het programma van haar school opgenomen:
Verdere therapeutische ontwikkeling

Bericht zeven beschrijft tenslotte de eerder toevallige naamkeuze en vertelt hoe de eutonie vanuit de Deense school zich door de jaren heen internationaal verspreidt:
Een methode met als naam Eutonie

In al die jaren blijft Gerda uitkijken naar wetenschappelijke ondersteuning voor haar werk. Zij doet regelmatig beroep op auteurs die werkzaam zijn in verschillende gebieden, gaande van neurofysiologie en fenomenologie tot psychologie. Onder deze auteurs bevinden zich: Jung, Schilder, Merleau Ponty, Head, Piaget en Ajuriaguerra.

Er valt niet genoeg te benadrukken hoezeer de levensweg van Gerda een nooit aflatende zoektocht is geweest. Haar instelling wordt gekenmerkt door wat we tegenwoordig resilience zouden noemen. Nieuwe moeilijkheden of gezondheidsbeperkingen waren telkens de drijfveer om persoonlijke oplossingen te vinden. Dit bracht haar tot het uitbouwen van een werkwijze die zij op geniale manier tot een hanteerbare pedagogie wist te ontwikkelen. Een pedagogie, die attitudevormend, zelfzorgbevorderend, proces – en beroepsondersteunend kan zijn. Bovendien, is zij door haar veelzijdigheid, voor jong en oud toepasbaar in heel wat verschillende gebieden.

Over de samenhang tussen lichaam en geest kan tegenwoordig veel meer verteld worden. De laatste jaren werpen de neurowetenschappen steeds meer licht op de werking van het brein. Nu, begin 2013, werd neuroloog Antonio Damasio bekroond met een eredoctoraat door de KU Leuven. Deze erkenning voor zijn baanbrekend werk rond emoties en rond de samenhang tussen lichaam en geest is voor ons van grote betekenis en zou Gerda ongetwijfeld gelukkig stemmen. Ook zijn overtuiging dat het vermogen tot ‘anticiperen en inschatten’ het sociale leven ten goede komt, geldt voor ons als een grote aanmoediging. Daarnaast verheugen we ons op verdere neurologische ontdekkingen, zoals die van de spiegelneuronen door Vittorio Gallese en Giacomo Rizzolatti, die voor de eutonie een bijzondere ondersteuning betekenen. Evenals het recenter werk van Joachim Bauer dat wij kunnen lezen in het kader van invoelen, voorvoelen, zich afstemmen en tonuscommunicatie. Wij kijken dan ook uit naar de resultaten van toekomstig neurowetenschappelijk onderzoek. We zijn ervan overtuigd dat deze bevindingen de vele aspecten van de eutonie zullen helpen verklaren en verder funderen.

Previous post: