Eutonie in de psychiatrie

Laat ik mij even voorstellen.  Ik ben Karen, een 34-jarige vrouw. Moeder van 2 jonge kinderen. Van opleiding ben ik bachelor in de toegepaste psychologie en creatief therapeute dans en beweging.  Gedurende bijna 13 jaar ben ik ondertussen werkzaam als expressief lichaamstherapeute in een psychiatrisch ziekenhuis, dat hoofdzakelijk psychoanalytisch georiënteerd is.  Daar werk ik met depressieve en verslaafde mensen, maar ook met een groep mensen die lijden onder hardnekkige psychosomatische klachten. Groepssessies worden afgewisseld met individuele sessies op indicatie.

Als lichaamstherapeute ben ik van mening dat het lichaam ononderbroken expressie geeft aan wat er binnenin leeft.  Bij psychisch zieke mensen is de lichaamstaal en de mogelijkheid tot expressie zeer beperkt of eenzijdig, en zo ook de beleving van het eigen lichaam.  Beweging, expressieopdrachten en het ingaan op lichaamstaal kunnen een middel zijn om de patiënten te bereiken in hun gevoelens en ervaringen, om zo terug te gaan naar een bredere (lichaams)beleving en een beter contact met zichzelf en de omgeving.

Wat is er aan de hand?  Geen enkel fenomeen kan begrepen en verklaard worden als men het niet in een bredere context plaatst. Ik wil mijn schrijven dan ook beginnen met enkele algemene bevindingen over de manier waarop we de dag van vandaag leven, een manier die zo te zien gangbaar is en steeds meer kenmerkend is voor onze maatschappij…

Het valt me steeds meer op hoe deze maatschappij gericht is op een razendsnelle ‘vooruitgang’.  We leven zodanig snel dat een groot deel van de mensen zichzelf (bijna) voorbij loopt.  Een aantal onder hun is zich daarvan bewust.  Maar ik vrees dat er een heel wat mensen zijn die zich daar niet (meer) van bewust van zijn.

We zitten m.i. gevangen in een regime waarbij we met zijn beide ‘moeten’ gaan werken om uit de ‘basiskosten’ te komen zoals de hypotheek voor een eigen huis, de aankoop van één of twee wagens, de jaarlijkse reis, enz. Daarbij willen we dan óók nog eens succesvol zijn op het werk, een goeie partner zijn voor de echtgenoot, geliefd worden door vrienden, quality-time hebben met de kinderen.  Je moet uiteraard ook nog een hobby hebben, op de hoogte zijn van het nieuws, bij voorkeur, af en toe een goed boek lezen.  Verder wil je uiteraard gezonde voeding op tafel zetten (want je wil een goede moeder zijn…), in een proper huis.  En ten slotte moet je ook nog een gaatje in je agenda vinden waarin je plant dat je je dan zal ontspannen.

Het lijkt wel een karikatuur; het ‘is’ echter voor velen de dagelijkse realiteit.   Let’s face it: we lopen onszelf voorbij.  We lopen letterlijk op de toppen van onze tenen. Dit kan niet goed zijn.  Ergens voelen sommigen onder ons dat ook wel aan… En toch lijken we gevangen te zitten.  Het kan niet anders dan dat we dit doorgeven aan onze kinderen.

Tweeverdieners besteden hun kinderen uit aan onthaalmoeders en crèches.  Kinderen worden daar vroeg afgezet, velen worden daarvoor uit hun slaap gehaald (ter informatie: slaap is een primaire behoefte!) en worden daar laat weer afgehaald.  Wie ooit in een crèche is geweest, weet dat er daar zeer veel prikkels zijn, zowel auditief als visueel. De vraag is wat dit met onze kinderen doet, als ze 8, 10 sommigen zelfs 12 uur in dit lawaai moeten vertoeven.  Waar, omwille van de praktische haalbaarheid, voor álle kinderen eenzelfde dagindeling geldt (los van de individuele noden van het kind): om 12 uur eten, om 13u slapen, …zodat de verzorgenden hun middagmaal kunnen nuttigen op een rustig moment.  Begrijpelijk…

Maar wat doet dat met onze allerkleinsten?  Ze constateren dat op hun eigen lichaamssignalen, die gestuurd worden door hun eigen individuele noden, niet, niet voldoende of amper gereageerd wordt.

Men geeft daar, letterlijk, met de paplepel mee dat dit ‘normaal’ is.  Leren ze op die manier niet dat deze lichaamssignalen -erger nog, misschien zelfs de noden an sich- in dat opzicht, geen enkele nut hebben? Nu trek ik de redenering door: leren ze op die manier niet dat het éigenlijk geen zin heeft om naar het eigen lichaam te luisteren? Deze o-zo- belangrijke vaardigheid wordt niet gevoed.  En de kans is groot dat dit later voor problemen zorgt.

Want hoe kan een mens aanvoelen dat zijn spanning toeneemt, dat hij de grenzen van zijn kunnen, van zijn draagkracht nadert, als hij bijna “af”-geleerd is om naar lichaam (signalen) te luisteren?

Daar ontspringt de link met mijn vak. Ik krijg zo vaak mensen, patiënten, bij mij die zelf niet meer (h)erkennen dat ze gespannen zijn.  Mensen, die zich het proces van toenemende spanning en de daarbij gaande lichamelijke signalen (verhoogde spiertonus, spierpijnen, oppervlakkige ademhaling, slecht slapen, zweten, hartkloppingen,…) als dusdanig niet herkend hebben.  Het zijn als het ware lichaamsvreemde signalen geworden, met een hoog lijdensgehalte maar weinig betekenisgehalte.

Dat vraagt uiteraard een woordje uitleg over de bouw en de werking van ons lichaam.  Regelmatig neem ik mijn cursus anatomie en fysiologie bij de hand.  Het mag gerust gezegd worden: onze kennis over ons menselijk lichaam is zeer beperkt.  Tevens merk ik een grote leergierigheid op.  Alsof er met informatie te geven over het lichaam tegemoet getreden wordt aan een belangrijke behoefte.  Denk maar aan de geruststellende uitleg van een arts over wat er nu precies aan de hand is met je been, waar de breuk precies is en wat hij nu gaat doen als behandeling.

Een ander deel van mijn taak bestaat er in hen terug gevoelig te maken voor kleine zintuiglijke veranderingen, zodat uiteindelijk veranderingen in spanning óók kunnen waargenomen worden.  Het valt me daarbij op hoe onze zintuiglijke fijngevoeligheid er fel op achteruit is gegaan.  Hoe weinig we ons nog bewust zijn van onze zintuiglijke informatie.  Met name de tast is een zintuig, waarvan de informatie nog amper geregistreerd wordt.  Om maar aan te tonen, zo heb ik een vrouw in begeleiding die niét voelt, gewaarwordt dat ik pittenzakjes van 150 gram op welbepaalde plaatsen op haar lichaam leg (het is de bedoeling dat zij haar ogen sluit en weet te zeggen waar precies die pittenzakjes liggen).

Maar het is ook deze vrouw die ook niet voelt als ze te veel hooi op haar vork neemt met huishoudelijke activiteiten.  Ze voelt eveneens de moeheid van haar eigen lichaam niet, waardoor ze uiteindelijk 5 dagen in bed belandt, van pure uitputting.  Om nog maar te zwijgen over de frequente spierverrekkingen, lumbago’s en andere klachten waaruit blijkt dat ze haar lichaam, via zintuiglijke informatie, moeilijk aanvoelt.

Ten slotte rest mij ook nog de patiënten technieken aan te leren die hen in staat stellen spanning te laten afvloeien.  Ik gebruik daarvoor een waaier van verschillende technieken: de autogene training van Schulz, de actieve ontspanning volgens Jacobson, een basissofronisatie volgens Cayecedo.  Maar ook eenvoudige yoga- oefeningen, ademhalingsoefeningen en strectching zet ik in.  Op die manier hoop ik dat patiënten een techniek ontdekken die het beste bij hun aansluit en die hen het meeste oplevert.  Eutonie- oefeningen met een bamboestokje, een tennisbal of de evenwichtsbalk, waarbij je uitgenodigd wordt om de spanning direct grondwaarts te laten afvloeien zijn dus uiterst bruikbaar en toegankelijk. Ze geven je de mogelijkheid om in een relatief korte tijdsspanne – oefening baart kunst- de spanning af te laten vloeien.

Eutonie sluit dus bij deze drie hierboven vermelde doelstellingen* in functie van stresshantering aan.  Stressmanagement is niet alleen een belangrijk werkgebied binnen de psychiatrie.  In mijn ogen is het een werkpunt voor vrijwel iedere burger in deze maatschappij.

Tijdens mijn werk ontmoet ik ook mensen met één of andere vorm van depressie.  Voor hen is het lichaam een bron van lijden.  Vitale functies zoals eten en slapen zijn ontregeld.  De angst, als veel voorkomend symptoom bij depressie, manifesteert zich lichamelijk en dit op een zeer dwingende manier (hartkloppingen, zweten, beven,…).  Er is een sterke innerlijke onrust, van genieten is er geen sprake meer.  Hun lichaamsbewustzijn is op dat moment zeer beperkt; eng en hun lichaamsbeleving is op dat moment zeer negatief gekleurd.

Er is een lijden dat niet alleen psychisch van aard is, maar een sterke lichamelijke component met zich meedraagt.  Ook hier zou de eutonie zijn toegangspoort kunnen vinden, en zowel verruimend als deugddoend werk kunnen leveren. Via de eutonie zou het lichaamsbewustzijn verruimd kunnen worden (het lichaam is meer dan de klacht alleen), het werken rond de spier- en skeletstructuur zouden ik- versterkend kunnen werken, waardoor de kans zeer groot is dat de lichaamsbeleving positiever gaat worden.

contactdeprivatie

Bij een andere problematiek, die van de psychosomatische aandoeningen, zou de eutonie ook mooi werk kunnen leveren.  Psychosomatiekkers zijn zij die spreken met het lichaam, zij die het ondraaglijke niet gezegd krijgen, zij die weinig woorden hebben voor wat er beleefd wordt (= alexitymie).  Met name deze doelgroep zou via de eutonie kunnen bereikt worden. Met het eutonisch werk zou tegemoet getreden worden aan hún verlangen om met het lichaam in  ‘an sich’ bezig te zijn, met zijn contactpotentieel.  Het zou een veiligheid geven dat er niet meteen gepraat hoeft te worden, over het onderliggende. Maar door het direct lijfelijk effect van de eutonie- oefeningen zou de onderliggende emotionele opgekropte emotie wél aangeraakt kunnen worden, in beweging kunnen gezet worden. 

Een concreet voorbeeld: de geborgenheid van een steunkussen, welbewust geplaatst door de eutoniepedagoog, zou het verdriet, veroorzaakt door een beleefd tekort aan steun in de kindertijd, op een zeer integere manier kunnen oproepen en opvangen.

Andere veel voorkomende problemen waarin het lichaam een wezenlijk onderdeel vormt, zijn de eetstoornissen, de verslavingsproblematiek en de automutilatie.  Mijn betoog zou te ver reiken (lees: mijn tijd is te beperkt) om hier bij stil de staan.

Hoe dan ook, de eutonie nodigt, in mijn ogen, uit tot een positieve, gezonde lichaamsbeleving.   Ook, en met name, bij de psychisch zieke mens die op dat moment van zijn leven niét goed in zijn vel zit.

Via de eutonie word je immers uitgenodigd om thuis te komen in het eigen lichaam, vanuit een accepterende houding naar wat het lichaam op dat moment kan en een luisterende houding naar wat het lichaam op dat moment te zeggen heeft.  Op deze manier kan het lichaam opnieuw het statuut krijgen van een trouwe bondgenoot, in plaats van een bron van last of lijden.

Samenvattend kan gezegd worden dat de eutonie zowel preventief als curatief uiterst zinvol en mooi werk kan bieden.  Ik hoop dan ook op een verdere bekendmaking van de eutonie, zodat deze ooit de poorten van de psychiatrie kan binnentreden.

Karen Baart