Leven wil leven

“Leven wil leven”… schrijft Antonio Damasio,

om Eutonie wat beter te begrijpen…

EUTONIE : Eutonie komt etymologisch van het Grieks:

‘eu’ betekent goed of harmonisch, ‘tonos’ betekent spanning, tonus.

Tonus wordt bij meerdere auteurs, waaronder de Franse Dr. Jean Le Boulch, omschreven als de natuurlijke gespannenheid van de weefsels. Anderen, o.m. Dr. Jean Lerminiaux, omschrijven tonus als zijnde de voorbereiding tot actie.

De eutonie als methode beoogt het hervinden van het natuurlijk tonusevenwicht, een juistere spanningsbalans.

Hoe kunnen we de tonusfunctie verstaan?

Om de tonusfunctie als een natuurlijke en zelfregulerende functie te kunnen begrijpen beroepen we ons op Antonio Damasio*. De auteur brengt ons meteen tot de kern van de intelligentie van het leven door te beschrijven dat de ideale homeostatische toestand het kostbaarste bezit is van een levend organisme.

Het leven wil leven, en kan dat ook zonder hersenen…

Om in leven te blijven heeft een cel een goed huishouden en goede relaties met de buitenwereld nodig. Maar het leven is een onzekere toestand en vergt een goed beheer van talloze problemen die zich stellen. Homeostase is net het vermogen van een levend organisme om zijn intern milieu in een stabiele toestand te houden, terwijl zijn omgeving, het externe milieu, voortdurend verandert. Dit geldt zowel voor eencelligen, als voor wormen, als voor meer ontwikkelde levensvormen, zonder dat hier hersenen aan te pas komen. Levende organismen hebben de mogelijkheid ontwikkeld om veranderingen van de fysiologische toestand binnen hun eigen grenzen en net daarbuiten te registreren. Ze kunnen bv. informatie zoals aanraking en trilling opvangen, voor gevaar terugdeinzen of tot beweging gebracht worden van de ene naar de andere plaats. Om effectief op een situatie te reageren moet, tot in het eencellige toe, een soort “responsbeleid” schuilen, een soort ‘besluit tot bewegen’, als tenminste bepaalde voorwaarden vervuld zijn. Doorheen de evolutie werden aldus minimale kenmerken overgedragen die succesvol het leven verder mogelijk hebben gemaakt: interne en externe informatieopname, een responsbeleid (om juist te reageren) en beweging.

Leven, binnen een smalle marge

Elk levend organisme is dus van nature toegerust met allesomvattende homeostatische regels en instrumenten, die de uitgebalanceerde reeks chemische processen in het lichaam met een gezond leven verenigen. Tegelijk blijft elk organisme onderhevig aan hetzelfde risico van sterfelijkheid bij falend functioneren ervan. Hier verschijnt dan de zeer smalle marge waarbinnen levensbehoud zich afspeelt. Het interieur van het lichaam moet aan een groot aantal voorwaarden voldoen en bij de kleinste afwijking voelen we ons als mens onbehaaglijk (bv. bij variatie van temperatuur…) of opgejaagd als deze situatie te lang duurt. Er zijn tekens of signalen die aangeven dat aan de ijzeren regels van de levens-regulerende processen niet wordt voldaan.

Hiermee verschijnt eveneens doorheen de evolutie de biologische waarde van de handhaving van het leven, dat als een fundamentele drijfveer mag gezien worden.

Tot hersenen nodig zijn

Binnen het responsbeleid verschijnen, in de verdere evolutie, nieuwe drijfveren en behoeftes, waar hersenen dan wel voor nodig zijn, met de capaciteit tot meten en inschatten van een al dan niet nodige correctie. Hiertoe ontwikkelen de hersenen de onbewuste drievoudige repre-sentatie: die van de huidige toestand, die van de gewenste toestand en de vergelijking tussen de twee.

De verder ontwikkelde hersenen hebben uiteindelijk de mens een bewuste geest bezorgd, toegerust met identiteit en persoon-zijn. Zij hebben alle bovenvermelde functies effectiever en gedifferentieerder uitgebouwd. Dankzij ontwikkelde zenuwstelsels hebben zij het bewe-gingsapparaat verfijnd tot de ontwikkeling die wij nu als mens kennen. Zij hebben de mogelijkheid gecreëerd om de steeds meer weloverwogen levensregulering te verruimen zodat de mens, voorbij louter overleven, nu streven kan naar een bepaalde marge van welzijn en geluk.

Wat krijgen we als mens mee vanuit de evolutie?

  1. Leven en levenszin, gekoppeld aan:
  2. een homeostatische competentie of het vermogen tot handhaving van het leven. Dat houdt de meest complexe levensregulerende activiteiten in, die op onbewust niveau plaats vinden;
  3. een uitrusting van interoceptoren voor de waarneming van de interne toestand van ons organisme en exteroceptoren om de buitenwereld waar te nemen (o.a. onze zintuigen) om aldus de voortdurende wisselwerking binnen /buiten mogelijk te maken;
  4. een innerlijke referentie van aangenaam of onaangenaam (die we vanuit een bewuste beleving inkleuren als beloning of straf), die ons in feite onbewust aangeeft of we ons in een gevarenzone begeven of eerder in een gunstige. Hierop zijn onze lichaamssignalen gebaseerd zoals pijngevoel, ongemak of welbehagen;
  5. de onbewuste capaciteit tot representatie waarmee we in het dagelijks functioneren, inschatten en anticiperen. Dit ligt aan de oorsprong van onze beeldvorming en feedback en feedforward- systeem.

En de eutonie beschouwt dit erfgoed als de basis waarop zij bouwt.

Op deze al te eenvoudig geschetste achtergrond valt de natuurlijke tonusregulering te begrijpen en dat op basis van de verworven levensregulerende systemen en vaardigheden uit de evolutie. In een voortdurende onderlinge en verregaande wisselwerking zorgen zij voor het onbewust adequaat antwoord op een leefsituatie. Daarnaast ver-dienen onverminderd emotie, geheugen, meer ontwikkelde perceptie en zelfperceptie, taal, intelligentie en bewuste geest  veel uitgebreider behandeld te worden om hen een logische plaats te geven in samenhang met deze onbewuste levensregulerende functies binnen het lichaam.

Wordt vervolgd…

Therese Windels: www.theresewindels.org