Vervreemding of verwondering?

Prof. Emer. VUB Marie-Reine Blommaert

De hierna volgende tekst is een afdruk van mijn bijdrage aan de viering ‘Dertig jaar eutonie in Vlaanderen’ op 2 oktober 2004 te Lier. Om de teneur van de lezing niet te wijzigen, heb ik er de voorkeur aan gegeven de tekst in zijn oorspronkelijke vorm* over te nemen, nl. als toespraak, eerder dan hem te herwerken tot een artikel. Ook daarom zijn enkele sfeerbeelden en gegevens betreffende de weergegeven muziekstukken opgenomen.

 J. S. BACH: Jauchzet, frohlocket, Weinachtsoratorium, BWV 248

Lieve voelers, beste proevers …

Ja, dames en heren, zo wilde ik u oorspronkelijk aanspreken.

Waarom voelers, waarom proevers?

Voelers: eutoniebeoefenaars weten waarom.

Proevers: toen ik het antwoord hoorde van een aantal mensen aan wie gevraagd werd of ze deze viering zouden bijwonen, was de reactie wel eens: wel, ik heb toch zin om even te gaan proeven, te gaan snuffelen. Ik vond het beeld wel grappig en dacht dat een aantal onder u hier aanwezig misschien ook vanuit die optiek hierheen zijn gekomen, met veel tot zeer veel, weinig of misschien helemaal geen voorkennis van eutonie. Dus toch allemaal proevers, snuffelaars? Eerlijk gezegd, ik voel me zelf ook steeds een snuffelaar, een zoeker, en ik ben zelf vanuit die zoekoptiek met eutonie begonnen.

Overigens, toen ik werd aangesproken om op deze viering iets over mijn ervaring te vertellen, was mijn eerste reactie, zonder nadenken, een volmondig ja: eutonie was voor mij in een paar maanden zeer belangrijk geworden. Wat later had ik echter het gevoel dat ik me aan een onmogelijke opdracht had gewaagd: ik was inderdaad pas aan een ontdekkingstocht begonnen en ik had nog zo veel te leren. Bovendien is eutonie iets wat men moet ervaren, iets wat niet zo makkelijk in woorden te vatten is.

Daar was ik dan vol verlangen om te praten over iets waarvan ik de indruk had, dat ik er nauwelijks toe in staat was. Gelukkig is er intussen enige tijd voorbijgegaan. Ik kon wat wennen aan de gedachte, en kreeg ook steeds meer zin om aan dat onbegonnen werk te beginnen.

Vandaar dat ik uiteindelijk bijzonder blij ben vandaag op deze viering ter gelegenheid van 30 jaar eutonie in Vlaanderen te mogen spreken.

Maar U heeft het begrepen:

  1. wat ik hier ga en kan vertellen is niet wat eutonie is, maar wat eutonie voor mij betekent (en misschien voor anderen zou kunnen betekenen), hoe ik eutonie ervaar. Het is een subjectieve kijk van een neofiet, zeker niet de benadering van een eutoniespecialist;
  2. bovendien, en dat zal ook duidelijk zijn geworden, wil ik me van mijn academische achtergrond distantiëren: het is in geen geval mijn bedoeling vanuit een wetenschappelijk perspectief over eutonie te spreken.

 Al van bij het begin zijn een aantal factoren mij opgevallen in de benadering via de eutonie.

De belangrijkste was, wat ik gemakkelijkheidshalve als openheid zal bestempelen. En precies die openheid wil ik als rode draad, als overkoepelend element door dit verhaal laten gaan. Ik heb ze van bij mijn eerste contact met een eutoniepedagoog erg frappant gevonden.

Hoe vaak gebeurt het niet dat men op gezondheids- en andere beurzen wordt aangesproken door beoefenaars/adepten van de meest uiteenlopende disciplines. Disciplines die vaak als alleenzaligmakend worden voorgesteld. Niets daarvan bij mijn eerste contact met een eutoniepedagoog. Gelukkig maar, want anders was ik er nooit mee begonnen. Ik heb nl. altijd al een sterk wantrouwen gehad voor alles wat kant en klare ‘oplossingen’, ‘antwoorden’ aanreikt.

Het eerste gesprek heeft me onmiddellijk een gevoel van vrijheid, openheid en vertrouwen gegeven. Eigenlijk allemaal voorwaarden opdat ik open zou kunnen staan voor zo’n ervaring, opdat ik onbevooroordeeld met eutonie zou kunnen beginnen.

Die openheid bleek ook gedurende de sessies een ongelooflijke sterkte te zijn: anders dan vele andere benaderingen brengt eutonie je ertoe te voelen zonder in te vullen wat je moet voelen, eutonie laat je in zekere zin ont-spannen zonder te zeggen dat je moet ontspannen, maar indirect gebeurt het wel. Eutonie laat je aan jezelf werken, leert je kortom jezelf beter kennen, zonder je te zeggen dat je jezelf beter moet of zal leren kennen. En we weten allemaal welke moeite we daar soms mee hebben. Het is net of we op de een of andere manier van onszelf afgesloten zijn.

  1. COUPERIN: Les barricades mystérieuses, Pièce de clavecin

Wat doet eutonie dan wel?

Misschien is het zinvol een ommetje te maken: een blik te werpen op het leven van alledag, en meer bepaald op de ontwikkeling van de baby om daar een beter inzicht in te krijgen.

Van horizontaliteit naar verticaliteit

Als we uitgaan van de situatie van de liggende baby, die stilaan leert kruipen en daarna staan en lopen, zien we daarin voor hem of haar verschillende stadia van ontwikkeling die stuk voor stuk als overwinningen worden gezien. Het zijn momenten waarop de omgeving, de ouders in de eerste plaats, verwonderd en vol bewondering staan te kijken, zeker als het kind begint te lopen. Momenten ook waarop het kind in de eigenwaarde wordt bevestigd.

Dan volgt als het ware de ene verlokking na de andere. Als peuter, kleuter, adolescent, jong volwassene worden we voortdurend gelokt, aangetrokken door dingen buiten onszelf. Eens we staan, op eigen benen staan, laten we ons voortdurend aantrekken door externe prikkels,  proberen we ook steeds vaker te beantwoorden aan beelden die ‘de maatschappij’ oplegt en die telkens voor een versterking van de eigenwaarde zorgen.

Pas als er iets niet lukt, iets misloopt, brengt dat een schok teweeg, en wordt het kind c.q. de volwassene terug tot zichzelf gebracht.

Nu, de externe prikkels, de verlokkingen waaraan mensen, en vooral jongeren vandaag de dag worden blootgesteld, zijn vermoedelijk wel van een heel andere orde dan zeg maar een generatie of twee geleden.

De aantrekking door televisie, video, gsm, internet etc. begint ook op steeds jongere leeftijd. Kinderen worden steeds vroeger onttrokken aan het tactiele contact met de grond, met anderen, met zichzelf. Spelmomenten hebben steeds minder buiten, op speelterreinen, in tuinen en parken plaats. Ze worden vaak vervangen door ‘contact’ via gsm, internet, door computerspelletjes e.d.

Begint de virtualiteit te primeren?

Lichamelijke ervaringen, afwisseling in houdingen, beweeglijkheid enz. worden daardoor erg ingeperkt. Onverdeeld, intens bezig zijn met een activiteit wordt voor sommigen een zeldzaamheid. Het één zijn wordt uitzonderlijk. Steeds vaker zijn kinderen (maar ook volwassenen) in hun aandacht versnipperd tussen verschillende activiteiten. Het omgaan met, het zich oriënteren ten opzichte van de grond en ten opzichte van anderen, wordt bovendien des te sneller verleerd doordat ouders zelf voor hun kinderen vaak de voorkeur geven aan de omgang met technische hulpmiddelen in een veilig geachte omgeving, de virtuele realiteit.

Steeds verder weg gaan we van onszelf. Zouden we uitgroeien tot virtuele persoonlijkheden? Vervreemd van onszelf en, hoe kan het anders, vervreemd van anderen en van de natuur, van het milieu en de tijd, in een schijnwereld waar authenticiteit soms ver te zoeken is. Is het snel groeiende aantal identiteitsproblemen bij jongeren, waar ik bijna dagelijks mee geconfronteerd word, hiermee in verband te brengen?

Een wel zeer somber beeld van de ICT-maatschappij zou dat worden, een beeld dat ik voor een aantal aspecten onmiddellijk wil relativeren: ik heb zelf een paar van mijn beste vrienden te danken aan het bestaan van e-mail, en zonder het gemakkelijke contact dat e-mail biedt, zou ik hier ongetwijfeld vandaag niet hebben gestaan en zou ik ook niet zo intens met eutonie aan de slag zijn gegaan.

Toch moeten we voorzichtig zijn dat we onszelf niet verliezen in de virtuele wereld, evenmin als in de materiële wereld, in de wereld van het doen en denken, de wereld van de actie, van het voortdurende presteren omdat o.a. daardoor de aandacht voor het lichaam, het gevoel voor de sensomotoriek steeds meer verloren dreigen te gaan en we in een situatie van ernstige lichaamsvervreemding – of vervreemding tout court – terecht zouden kunnen komen.

Gelukkig weerklinken er stilaan stemmen die hiertegen ingaan. In haar boek I tid & Otid – in het Nederlands te vertalen als In tijd en ontijd wijst een Zweedse collega, Bodil Jönsson, op het feit dat in de maatschappij en in bedrijven bijna routinematig gescreend wordt op o.m. gender- en gelijkheidsperspectieven, op milieuaspecten etc., maar dat stressveroorzakende factoren bij het screenen telkens weer over het hoofd worden gezien. Zij pleit er dan ook o.a. voor dat alle wijzigingen in de arbeidswereld vooraf gescreend zouden worden op hun mogelijk stresserend karakter, omdat stressgevoelens op de werkplek net zo goed als in de maatschappij en thuis aanhoudend blijven toenemen.

Geen toeval dat op de cover dit zinnetje uit een recensie in een van Zwedens leidinggevende kranten te lezen staat: Dit boek zou bij de apotheker te koop moeten zijn. Misschien een idee voor eutonie: eutoniecheques te koop bij de apotheker?

Zouden we in plaats van voortdurend afstand te nemen van onszelf, niet eerder afstand moeten nemen van andere dingen zoals die permanente druk van de maatschappij, de prestatiedrang, de gedachte dat we steeds meer, steeds sneller geklaard moeten krijgen?

  1. VIVALDI: Concerto voor luit en mandoline in C groot RV 558,

Allegro molto

De gedachte dat we eindeloos flexibel moeten zijn, speelt ons parten. We worden geacht flexibel te zijn t.o.v. de eisen van de maatschappij. Blijven de noden van het eigen bestaan, van het eigen tempo, van het lichaam niet vaak buiten beschouwing?

In de eutonie wordt precies door de zelfexploratie de acceptatie van het eigen lichaam, van het eigen tempo, het eigen zijn in alle beperkingen en rijkdom gestimuleerd.

Wat dat tempo betreft,

  • hoor ik overigens ook steeds vaker in mijn omgeving de roep om afstand, de behoefte om de overwoekerende druk van werk en media van zich af te zetten, niet alleen bij volwassenen, ook bij jongeren.
  • Jongeren zijn er zich misschien niet altijd zo van bewust omdat ze met die media zijn opgegroeid. Toch is het meer dan eens gebeurd dat studenten zeggen dat ze niet van de computer of niet van het “chatten” af kunnen komen en er daardoor niet aan toe komen hun werk te doen.

 Welk antwoord kan eutonie hierop geven?

Het feit dat eutonie een weg kan aanreiken om tot zichzelf te komen, weer rekening te leren houden met de eigen krachten, rijkdom, maar ook beperkingen, die te leren accepteren, een weg om open te staan voor het lichaam, te luisteren naar het lichaam, te leven volgens het eigen tempo, een weg om te leren omgaan met spanningen, dat alles zijn elementen die naar mijn gevoel kunnen helpen om de steeds meer opdringerige buitenwereld een halt toe te roepen, om afstand te nemen ten opzichte van alles wat ons ‘overvalt’. Die weg kan een enorme steun zijn. Om het met Ingeborg BACHMANN te zeggen: “Menschlichkeit ist Abstand wahren können” (menselijkheid is afstand kunnen houden). In welke zin zij dit ook moge hebben bedoeld.

  1. F. HÄNDEL: Ombra mai fu, Serse HWV 40

Nadat ik een paar maanden aan eutonie had gedaan, kreeg ik werkelijk het gevoel dat via eutonie en de zeer langzame bewegingen die er worden uitgevoerd, in het begin voornamelijk in liggende houding op een wollen matje, een deconstructie van bewegingen en houdingen tot stand kwam, die vreemd genoeg, tenminste voor mij, een reconstructie van die bewegingen / houdingen met zich meebracht.

 

Begon te voelen, dat bepaalde houdingen in het dagelijkse leven eigenlijk belastend waren, en ook, dat er – gelukkig – alternatieven waren. Die ontdekking kwam er niet omdat ik er door de eutoniepedagoog attent op werd gemaakt, maar gewoon omdat het bewuste oefenen, het bewuste voelen, het me deed beseffen.

Dat op zich was een openbaring. Zo vaak was ik in mijn jeugd via allerlei behandelingen gewezen op het nefaste karakter van handelingen in bepaalde houdingen, maar het objectieve weten was vaak totaal ontoereikend om als motor tot verandering van de gewoonte te fungeren. De weg via de eutonie, de weg via het voelen, via het ervaren bleek veel efficiënter te werken.

Als bepaalde houdingen of bewegingen moeilijk zijn, wordt in de eutonie nadrukkelijk gewezen op het feit dat het lichaam niet mag worden geforceerd, dat moet rekening worden gehouden met “de wijsheid van het lichaam”. Eutonie gaat met die visie lijnrecht in tegen de geldende prestatiedrang. Het helse tempo dat we gewend zijn, wordt afgelegd. Alleen het eigen lichaamstempo, dat van de eigen waarneming geldt. Een tempo dat bewust voelen mogelijk maakt, dat bewust voelen tot een tweede natuur kan maken, ook buiten de eutoniebeoefening. Precies de integratie van eutone gewoonten in het dagelijkse leven is van onschatbare waarde, en kan als ultiem doel van de eutoniebeoefening worden gezien.

Hoe gaat men concreet te werk ?

Opdrachten worden geformuleerd in de vorm van uitnodigingen tot houdingen, bewegingen, mogelijke lijnen worden aangegeven, maar de eigenlijke tocht blijft een open pad, en dat geeft me (ik herhaal het) altijd een heerlijk gevoel van vrijheid. Wat je voelt, hoe je het ervaart, waar je aan moet werken, zijn allemaal dingen die je zelf vaststelt. Geen enkele druk van buitenuit. De tocht kan over die rijke voedingsbodem verlopen.

De open werkwijze, de rustige benadering van de eutoniepedagoog komt tot uiting in een luisterende houding, in het stimuleren van acceptatie, geduld tegenover het eigen lichaam, zonder anticipaties, zonder aangeven van mogelijke oplossingen.

In de eutonie leer je geduld op te bouwen, tijd te nemen voor jezelf. Ook iets wat voor velen onder ons stilaan totaal vreemd is geworden.

Walk don’t run lees ik in het eutonie-eindwerk van Kristien GUNS met als titel Eutonie is beleven. Ik citeer verder:

Hoe dichter ik bij het voelen kom, hoe langzamer ik in actie schiet. Het jachtige leven maakt me moe. De actie in de juiste tonus is efficiënter en economischer. Ik sta op mijn voeten. Ik tracht in de actie mijn voeten niet voorbij te lopen. … Voeten geven het ritme aan.

Je leert vertrouwen te hebben in het lichaam of zoals Gerda ALEXANDER het uitdrukt:

Ce qu’il faut, c’est apprendre,

un peu plus chaque jour

qu’on est ce corps,

sur lequel on peut prendre appui.

Santiago de MURCIA, Jota, barok gitaar

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat deze zin mij voordat ik met eutonie begon, vermoedelijk zou zijn voorgekomen als een holle frase, misschien als een evidentie, iets waar je niet bij stilstaat, behalve uitzonderlijk wanneer je gezondheid het eens laat afweten, wanneer je je lichaam overbevraagt.

Blijkbaar is dat gebrek aan aandacht van mensen voor zichzelf wel van alle tijden. Als we Augustinus mogen geloven was daar in zijn tijd al iets van:

“Et eunt homines mirari alta montium et ingentes fluctus maris et latissimos lapsus fluminum et oceani ambitum et gyros siderum et relinquunt se ipsos.”

Mensen gaan hoge bergen, de golvende zee, de loop van rivieren, de uitgestrektheid van de oceaan bewonderen en de beweging van de sterren, en zij gaan aan zichzelf voorbij.

De eutonie heeft me doen inzien dat hij gelijk had. 

       W.A. Mozart, Pianoconcerto Nr 20 in D klein KV 466, Romance

 Ook onze landgenoot en dichter LINZE schrijft in die zin:

POÈME

DE L’ÉTONNEMENT

Je m’étonne

De tout :

De l’œil

Qui voit

Du cerveau

Qui pense

des villes

des bourgeons

des etoiles

des machines

et des danses

du feu

et de mon sommeil

de toi

qui m’accompagnes.

Je m’étonne

De moi

De moi

Qui tiens debout

          Inexplicablement.

Poème manifeste de

Fraternité et de métal

De bewustwording van de steun van het lichaam, van het skelet (en van de grond) wordt van bij de eerste eutoniebeoefening stilaan gewekt op een rustige, geduldige manier. Op het eerste gezicht zeer eenvoudige bewegingen, ontzettend gemakkelijke bewegingen worden heel langzaam uitgevoerd, en blijken achteraf bekeken, toch vaak zwaar werk te zijn, omdat men er op zo’n intense manier mee bezig is. Omdat men zich zeer sterk concentreert op de ervaringen van het lichaam.

Iets waarmee we in onze maatschappij, waar vrijwel alle ‘lege’ momenten worden opgevuld, helemaal niet meer mee vertrouwd zijn.

Zo valt het me in mijn beroepsleven steeds weer op dat aan het eind van elke les, gsms beginnen te rinkelen, of het geluid van sms-tikwerk de gangen vult. Een moment waarop je zou denken dat studenten bijvoorbeeld rustig door gangen en groen naar bus of trein  kunnen lopen, en al het gehoorde wat kunnen laten bezinken, of ook wat zouden kunnen dagdromen, zo’n moment wordt onmiddelijk opgevuld met ‘communicatie’.

Het is net of stilte er niet meer mag zijn. Mogelijke adempauzes tijdens de studie- of werkuren worden steeds vaker opgevuld door te beantwoorden mails. Ontspanning, een moment om tot onszelf te komen is er nauwelijks nog. De gedachte in alle omstandigheden toegankelijk te zijn, is belastender dan men zou vermoeden. Doordat men zich daar niet per se van bewust is, is het ook niet zo makkelijk daar grenzen aan te stellen. Grenzen zijn al niet makkelijk aan te voelen voor fysieke prestaties, voor psychische druk zijn die nog veel minder duidelijk.

We kunnen overigens onze onvolmaaktheid, onze beperkingen niet meer accepteren. Uitsluitend perfectie en prestatie gelden. We horen het zo vaak: dit is geen wereld voor ‘verliezers’. Als de perfectie er niet meer is, moet het onderste uit de kan via andere kanalen bereikt worden en liefst zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk moeite.

Laten we even nagaan hoe de openheid van de eutonie met dit alles in verband kan worden gebracht, en dat brengt me tot een aspect dat mij tijdens de eutoniebeoefening altijd al uitermate geboeid heeft, nl. het talige aspect.

  1. Ik heb het gevoel dat in de eutonie indirect openheid voor allerhande taalelementen gestimuleerd wordt. Heel wat woorden krijgen door de ervaring een andere zin. Eutonie heeft voor mij bijvoorbeeld een nieuwe, ruimere inhoud gegeven aan het werk-woord voelen. Voelen krijgt een bredere invulling dan de ‘klassieke’ betekenissen die in woordenboeken te vinden zijn. Voelen, dat misschien een wat oppervlakkige, eenzijdige betekenis had gekregen, te maken had met het gevoelsleven, of ook nog met het voelen van pijn, krijgt nu heel andere nuances: het lichaam wordt aangesproken, de huid, de lichaamsgrenzen worden ontdekt en gewekt. Als je het zo hoort, misschien vrij evident en niet zo bijster belangrijk, maar als je het beleeft, echt een hele ervaring. Eutonie leert je overigens ook die grenzen te bewaken, kortom een gevoel te ontwikkelen voor de beperkingen van het lichaam.

Voelen is niet meer alleen maar voelen, voelen is gewaarworden, tasten, ervaren, waarnemen en nog zo veel meer. Voelen is niet meer alleen het territorium van lichaamsdelen die meestal tot voelen worden aangesproken, zoals de handen. Hebt u al ooit uw voeten of zelfs uw oksels bewust laten voelen? Doen!

Na een tijd ontstaat de indruk dat men allerlei dingen anders, nieuw aan-voelt. De grond is er weer, het gevoel dat de grond steun geeft, maar op een heel andere, veel bewustere manier dan vroeger.

Nu en dan een openbaring: voeten en handen worden wakker. Ook weer moeilijk te beschrijven voor wie het niet heeft beleefd, maar al wie eutonie beoefent, zal het weten: tintelende voeten vragen aandacht, ze zijn er, ze voelen de grond, ze lopen anders, ze hebben een positieve invloed op je houding, ze steunen. “Het is net of ik voor het eerst in mijn leven voel dat ik voeten heb”, hoorde ik iemand aan het eind van een eutonieles vol enthousiasme zeggen.

  1. Eutonie en taal staan verder in een andere, boeiende relatie tot elkaar: eutonie gaat op een speelse, creatieve, vaak dialogische manier met taal om. Eutonie werkt zeer veel met vragen. Vragen uitgaande van de eutoniepedagoog, die de beoefenaar ertoe aanzetten in dialoog te treden met zijn/haar eigen lichaam. Het antwoord ligt in de ervaring van de participant. Het gaat om een dialoog op verschillende niveaus: vanuit de didactische ervaring van de eutoniepedagoog wordt er voortdurend voortgebouwd op de eigen ervaring van de participant. Vaak komt men op een indirecte manier tot bepaalde doelstellingen. Dit laatste is naar mijn gevoel een zeer krachtig pedagogisch element. Uit ervaring weten we dat een directieve benadering in het onderwijs wel eens een averechts effect kan hebben: de student heeft het gevoel de dingen niet aan te kunnen. De weg via technieken die wel haalbaar zijn, sorteert emotioneel en pedagogisch vaak veel meer effect. Door het veilige gevoel wordt het geleerde verstevigd.

Vragen scherpen in de eutonie het bewustwordingsproces aan. Open vragen, gerichte vragen, opdrachten. Wat je bij de eutoniebeoefening gewaarwordt, kan voor verrassingen blijven zorgen. Wie op zoek is naar pasklare antwoorden, is bij de eutonie echter aan het verkeerde adres. Eutonie en de taal van de eutoniepedagoog stimuleren het leren luisteren naar wat het lichaam vertelt, eutonie stimuleert het vrije onderzoeken van de gewaarwordingen.

Een voorproefje?

Lieve mensen,

Zit je comfortabel?

Terwijl je zo aandachtig luistert, neem je ook het raakvlak van je zitvlak met de stoel waar?

Welke gebieden van dit raakvlak neem je onmiddellijk waar?

Lukt het om dit raakvlak genuanceerder te verkennen?

Komen er druknuances tevoorschijn?

Voegt er zich nog nieuwe informatie bij?

Verandert de eerste indruk van de grootte van het raakvlak zitvlak/stoel?

Terwijl je in voeling blijft met het raakvlak zitvlak/stoel richt je nu je waarneming op het rechterbovenbeen.

Kan de vorm van het rechterbovenbeen waargenomen worden?

Ga na of het tasten naar de omringende kleding hierbij een hulp is?

Hoe is de oriëntatie van het rechterbovenbeen in de ruimte ?

Voel je de behoefte om de positie van het been te veranderen, ga daar gerust op in.

Observeer of er dan nog andere  wijzigingen optreden.

Terwijl je in voeling blijft met de reeds aangesproken gebieden, richt je tot de rechterknie en  knieholte. Laten knie en knieholte zich invoelen?

Wat doet dit u?

En kan je de rechtervoetzool in zijn raakvlak met de grond waarnemen?

Neem je de volledige voetzool waar van de hiel, over de middenvoet tot de tenen?

Richt je dan nu op  het tussenliggende gebied van knie tot voetzool.

Onderzoek opnieuw of het tasten naar de omringende kleding een hulp is bij de waarneming van de vorm en gerichtheid van het rechteronderbeen.

Ben je dan nu in  voeling met het ganse rechterbeen in zijn volle lengte?

Hoe ervaar je nu je beide benen?

Neem dan nu zelf initiatief om je linkerbeen in te voelen.

Hoe zit je nu?

Zit je anders?

Wat is er veranderd?

Met dank aan Lutgarde NIEUWBORG

Eutoniepedagoogves, 2000

  1. Een derde verrijkend aspect van eutonie en taal is, althans als eutonie in groep wordt beoefend, de formulering en uitwisseling van ervaringen door de participanten aan het einde van uitnodigingen en oefeningen. Het is telkens weer boeiend te horen wat anderen tijdens een oefening ervaren of niet ervaren hebben, gevoeld of niet gevoeld hebben, waar zich eventueel problemen hebben voorgedaan, hoe ze hun waarnemingen formuleren of niet formuleren, welke stiltes er vallen – want ook dat is taal -, met welke lichaamstalige elementen uiting wordt gegeven aan gevoelens, ervaringen enz. Het stimulerende aan die uitwisselingen is dat er niet geoordeeld, beoordeeld, laat staan veroordeeld wordt. Geduld en openheid zijn ook hier de rode draad doorheen het geheel. Het taalgebruik van de participanten tijdens deze uitwisselingen wordt genuanceerder naarmate de ervaringen genuanceerder worden.
  1. De vrije zoektocht waar men in de eutonie toe wordt uitgenodigd, is een zoektocht waaruit de uniciteit van eenieder telkens weer blijkt. De waarschijnlijkheid is groot dat deze zoektocht door de afwezigheid van suggestieve intenties ten slotte een weg kan aanreiken tot het bevrijden van de lichaamstaal uit verworven houdingen.

De eigen ervaringen waarnemen, luisteren naar zichzelf, naar het lichaam, het eigen zijn accepteren, luisteren naar en openstaan voor de ervaringen van anderen, dit alles kan voor meer authenticiteit in het bestaan zorgen. Tuer la marionnette en soi heet het in de dialoog tussen Alain FINKIELKRAUT en Peter SLOTERDIJK, Les battements du monde. Vaak blijkt hoe rijk dit is, welke effecten het heeft op verschillende mensen. Een hele waaier aan ervaringen borrelt op.

Ludwig van Beethoven: Piano Sonate Nr 24 in F groot Op. 78 Für Thérèse

We kennen allemaal Beethovens Für Elise. Het stuk dat we net hebben gehoord, Für Thérèse, is misschien wat minder bekend, maar vandaag wel zeer toepasselijk. Moge het een stille dank en hulde zijn.

Door de open zoektocht telkens weer in de eigen ervaring, door vast te stellen dat wat is, niet per se is wat men had verwacht, dat men vooropgestelde opvattingen heeft over het eigen lichaam, over de mogelijkheden van het eigen lichaam, wordt men er telkens weer op attent gemaakt hoe belangrijk het is open te staan zonder vooropgestelde verwachtingen. Die noodzaak wordt me steeds duidelijker. Zo kan ook ons denken misschien bevrijd worden van vooronderstellingen over ons eigen lichaam, over onze eigen mogelijkheden.

Door het vrije onderzoeken, door dat geduldige werk stel je immers vaak tot je eigen verbazing vast dat er dingen zijn waarvan je dacht dat je ze niet kon, die toch lukken (of soms andersom). Als dat geduld, die openheid, er niet waren, zou je vermoedelijk blijven hangen in een beeld van niet kunnen.

Mogen we hier aansluiten bij Alain BERTHOZ in Le sens du mouvement, meer bepaald in het hoofdstuk “Une mémoire pour prédire”, waar hij het zeer terecht heeft over “prototypes perceptifs” en “la nature projective de la perception”? Als gevolg van specifieke ervaringen en waarnemingen hebben we inderdaad de neiging om bepaalde vaste, vooropgestelde beelden van onszelf, en ook van anderen in de toekomst te projecteren. Zulke voorstellingen, zulke anticipaties – BERTHOZ vermeldt ze weliswaar in een veel algemenere context, maar ze zijn wellicht ook op de eutonie toepasbaar – zulke voorstellingen, zulke anticipaties, zegt hij, hebben in sommige gevallen een pervers effect. Ze worden wel eens “une prison pour la perception et un piège pour l’action”.

Precies hierin kan de grote rijkdom van de eutonie liggen. De eutonie die heel geleidelijk aan middelen kan verschaffen om de geest te ontdoen van die verstarde opvattingen over onszelf en ons misschien kan vrijmaken om dingen te doen waartoe we ons nooit eerder in staat hadden gevoeld. Niet alleen qua motoriek en sensomotoriek, ook in verband met creativiteit en op intermenselijk vlak laat zich dat voelen. De bewustwording, het zichzelf waarnemen is dus niet zomaar een gratuite bezigheid. Het is een activiteit die ons tot de “tijd van de innerlijkheid” brengt.

Antonio Vivaldi, Concerto in D klein RV 540, Largo

Door de openheid bij de uitwisseling kan bovendien een zin voor de rijkdom van de verschillen groeien. Ook hier weer kunnen we de eutoniebeoefening wellicht laten aansluiten bij de gedachtegang van BERTHOZ: “La tolérance exige une perception généreuse et bienveillante fondée sur la richesse des différences.”

Zouden we kunnen besluiten dat eutonie niet alleen een mooie leerschool is in de bewustwording van het eigen voelen, en in de perceptie van de vele individuele verschillen? Een leerschool die zo een weg zou kunnen openen naar meer tolerantie? Een leerschool die kan helpen afstand te nemen van motoren van vervreemding?

Een leerschool in ieder geval, die veel meer bekendheid verdient dan ze vandaag de dag geniet.

Bibliografie

Berthoz, A.: Le sens du mouvement, Paris, Odile Jacob, 1997.

GUNS, K.: Eutonie is beleven, Lier, 2004.

Jönsson, B.: I tid & Otid, Brombergs, 2004.

FINKIELKRAUT, A. en SLOTERDIJK, P.: Les battements du monde, Paris, Pauvert, 2003.

KAMPÅS, I.: Innerlighetens tid, Stockholm, Prisma, 2005.

WOUTERS, L.: Ça rime et ça rame, Anthologie poétique, Bruxelles, Éditions Labor, 1985.